Kom maar niet dichtbij.
Kijk me niet aan…
Nee… ik weet niet waarom niet,
maar ik kan het even niet.
Terwijl ik zo graag wil verbinden.
Ik zie haar kaken op elkaar,
haar handen voor haar mond.
Haar lijf spreekt.
Wanneer ik het benoem,
lacht ze schamper.
‘Ik had het niet eens door.’
En dan breekt er iets.
Ik heb het weer niet kunnen voorkomen.
Ik voel me gebruikt.
Het doet zo, zo pijn.
Er komen meer woorden nu.
En tranen…
Het is moeilijk
om je uit te strekken naar vertrouwen
en opnieuw geraakt te worden.
Soms kan je systeem dat niet dragen.
Dan sluit het zich.
Of raakt in de war.
Of verdwijnt even.
En hier hoeft dat niet opgelost te worden.
We vertragen.
We ademen.
We blijven.
Tot er iets zachter wordt.
Tot er weer een beetje grond voelbaar is.
Vertrouwen groeit niet in haast.
Maar in samen blijven
waar het spannend is.
Stap voor stap.
Wat je hier leest is geen aanstellerij.
Het is een lijf dat het even niet meer kan dragen
Wanneer iemand zich opnieuw uitstrekt naar vertrouwen en daarin geraakt wordt, reageert het zenuwstelsel vaak sneller dan het hoofd kan volgen.
Kaken spannen zich.
Woorden verdwijnen.
Of er verschijnt een lach die niet klopt.
Dat is bescherming.
In therapie werken we niet alleen met het verhaal,
maar met wat het lichaam doet op het moment dat het spannend wordt.
We vertragen.
We blijven.
Tot het systeem iets meer veiligheid kan voelen.
Dat hoeft niemand alleen te doen. 🤍
afbeelding Eltekent
